|
Mijn schoonmoeder was ervan overtuigd dat er een geest in onze woonkamer woonde. Elke keer dat ze op zondagmiddag op de bank zat en ik de lampen in de erker wat zachter zette, begonnen die te flikkeren. Niet heftig, maar net genoeg om het te zien. En als je heel stil was, hoorde je een zacht gezoem uit de muur. We wonen sinds twee jaar in een twee-onder-een-kapwoning uit 1934 in het Lyceumkwartier in Zeist. Glas-in-lood boven de ramen, een erker met een brede vensterbank, eiken deuren met de originele klinken. Ik viel er bij de eerste bezichtiging als een blok voor. Wat ik toen nog niet wist, is dat de vorige bewoners overal draaidimmers hadden laten plaatsen die bedoeld waren voor gloeilampen van zestig watt per stuk. Waarom LED en oude dimmers botsenEen gloeilamp of halogeenlamp is eigenlijk gewoon een draadje dat heet wordt en licht geeft. Een oude dimmer knipt een stukje van de wisselspanning af, en daar had zo’n lamp geen enkele moeite mee. Een LED-lamp heeft een klein stukje elektronica in de voet, de driver, en die reageert veel gevoeliger op dat afgeknipte signaal. Daar komen het knipperen en het zoemen vandaan. Daarnaast hebben oude dimmers vaak een minimale belasting. Staat er op de dimmer een minimum van veertig watt en hang je er vier LED-lampjes van vijf watt aan, dan zit je daar ruim onder. De dimmer krijgt dan te weinig stroom om stabiel te werken. Bij ons was dat precies het geval in de erker, en in de eetkamer bleken een paar lampen helemaal niet dimbaar te zijn. Dat staat gewoon op de verpakking, maar wie let daarop als je snel een doosje meeneemt. Dimmers en lampen op elkaar afstemmenIk heb er een avond over zitten lezen en kwam steeds termen als fase-afsnijding en minimale belasting tegen. Interessant, maar aan de schakelaars zelf wilde ik niet zitten. In een huis van bijna honderd jaar weet je nooit wat je achter een afdekplaatje aantreft. Dus belde ik Elektricien Zeist. De monteur kwam op een grijze woensdagochtend, keek naar onze dimmers en wist het eigenlijk al. Hij verving ze door dimmers die geschikt zijn voor LED en stelde per kamer de laagste stand zo in dat de lampen niet meer flikkeren als je ze heel zacht zet. Ook raadde hij aan om per dimmer één soort lamp te gebruiken, van hetzelfde merk en type, omdat verschillende drivers zich op dezelfde dimmer anders gedragen. Het klinkt als een detail, maar het scheelde enorm. Zelfs het zachte zoemen in de eetkamer, waarvan ik dacht dat het uit de muur kwam, bleek uit de oude dimmer zelf te komen. Licht dat bij een jaren dertig huis pastNu de techniek klopt, is het leuke deel begonnen. In een huis uit deze tijd werkt warm licht het mooist, rond de 2700 kelvin of zelfs iets lager, zodat het eikenhout en het glas-in-lood goed uitkomen. In de erker staan nu twee lage lampjes op de vensterbank, boven de eettafel hangt een opaalglazen hanglamp die we op een rommelmarkt vonden, en in de gang brandt ’s avonds alleen een klein wandlampje. Elke dimmer heeft lampen die erbij passen. Elektricien Zeist maakte bij het afscheid nog een opmerking die me is bijgebleven. Gedimd licht is pas echt sfeervol als je er niets van merkt. Geen gezoem, geen geknipper, gewoon een kamer die meekleurt met de avond. Als we nu op zondag na een wandeling rond Slot Zeist thuiskomen en de lampen laag zetten, zit mijn schoonmoeder er heel ontspannen bij. Het spook is verhuisd. |












